De toezichthouders openbare ruimte hebben wettelijke bevoegdheden op grond van de Awb. De toezichthouders openbare ruimte zijn door de minister van Justitie tevens aangewezen tot buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s). Zij doen veel werk dat vroeger door de politie werd gedaan. Het verschil tussen de politie en deze BOA’s is dat de politie een algemene opsporingsbevoegdheid (voor alle wetten en verordeningen) heeft, terwijl de BOA’s uitsluitend voor bepaalde wetten en verordeningen zijn aangewezen. De bevoegdheden die zij hebben zijn het vragen naar identiteitsgegevens en het uitschrijven van boetes op grond van o.a. de Algemene plaatselijke verordening (Apv) of de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (ook wel bekend als Mulderwet).
De toezichthouders openbare ruimte zijn herkenbaar aan hun eigen uniform met een BOA-insigne. Dankzij dit insigne is het voor u meteen duidelijk wanneer iemand een BOA is en dus een opsporingsbevoegdheid heeft.
